Column: “Mijn eigen Fiat 128”

Met brommers had ik niet zoveel. Ik was te druk met het uitpluizen van mijn autojaarboeken. Toen ik eindelijk 18 werd, zat ik twee dagen later in de lesauto. Ik had genoeg in mijn moeders auto geoefend, dus het roze papiertje was vlot in mijn bezit. En nu? Ik zat in het laatste examenjaar van het VWO en het laatste waarover ik beschikte was geld… en tijd, maar daarover later meer.

Voor maar liefst 350 oudhollandse guldens werd ik de trotse eigenaar van een gele Fiat 128 1.100L  met ongeveer anderhalve ton op de klok. Die ‘L’ stond voor Lusso, het is me tot op de dag van vandaag nog enigszins onduidelijk waar dat precies terug te vinden was. Er zat een leuk dashboardje  in, maar luxe was het allemaal niet. Het motortje was de grote USP. Niet bloedsnel, maar wel lekker vlot (55 pk), een heerlijke Italiaanse sound en onverslijtbaar. Van binnen met zwarte sky-bekleding en ik kan me herinneren dat ik op een soort rubberen bobbel op het dashboard moest drukken om de ruitensproeiervloeistof te pompen. Erg functioneel en storingsbestendig.

Het ‘personalizen’ kon beginnen. Natuurlijk eerst snel wat Abarth-stikkers erop. Vervolgens een setje  13” A112 Abarth-wieldopjes. Om het neusje wat meer smoel te geven werden een paar gele Carello-mislampjes óp de voorbumper gemonteerd. Dat zag er al heel wat beter uit. Aan de binnenkant viel niet veel eer te behalen. Via een kennis tikte ik wel voor een schappelijk bedrag een heuse Blaupunkt Berlin op de kop. Ja, zo eentje op een steeltje. Ik was de koning te rijk. Mijn ‘babe magnet’ was geboren! Toen ik kort daarop mijn eerste babe met mijn grote trots bij haar ouderlijk huis ophaalde, merkte ze gekscherend op dat ze niet kon zien wat nou precies de voor- en de achterkant van de auto was. Ai, ai, ai, buitengewoon pijnlijk… De rest van het jaar mocht ze weer gewoon op de fiets.

Daarna was het tijd om de auto klaar te maken voor de APK. Ik liet ‘m proefkeuren bij de lokale Fiat-dealer en die belde me al snel of ik even wilde komen kijken. De lijst was lang… Héél lang. Maar niet lang genoeg om mij en het gele Fiatje uit het veld te laten slaan. Ik schreef als een gek mee met de APK-keurmeester en besloot dat ik deze uitdaging wel aandurfde. Met de lange lijst toog ik huiswaarts. Mijn ouders waren er faliekant op tegen, maar dat kon mij op dat moment niet zo gek veel schelen. Ze waren weinig thuis en ik kon, mits goed voorbereid, de benodigde sleuteluurtjes ongemerkt inplannen. Eén keer had ik pech. Toen lag ik net onder de ‘carport’ m’n lekkende benzinetank te demonteren terwijl mijn vader onverwacht thuis kwam. Busted! Dat heeft me heel wat ingehouden zakgeld en tijd (lees: vertraging) gekost.

Het lukte! Met bloed, zweet en tranen. Maar de APK-sticker (kennen jullie ‘m nog?) zat er wél op. Dat ik ondertussen mijn examenjaar volledig om zeep had geholpen mocht de pret niet drukken. Bij mij tenminste, want mijn ouders waren furieus.

Ik reed vervolgens een aantal maanden, zo trots als een Pau(w)l, met het gele Fiatje in de rondte. Op een dag kwam ik zelfs iemand tegen die ‘m voor astronomische bedrag van duizend gulden van me wilde overnemen. Ik besloot er een nachtje over te slapen. En net die nacht werd mijn grote trots gestolen. Ik weet overigens niet of je het stelen mag noemen, de sleutels zaten namelijk  nog in het contactslot. Ahum… De dief kon blijkbaar niet autorijden en parkeerde de Fiat iets verderop plankgas tegen een flinke boom. Vol op de plaats waar het mechanische benzinepompje op het motorblokje zat geschroefd. De 128 Lusso brandde in een half uurtje volledig uit. Dat was trieste einde van mijn eerste auto-avontuur. Ik kon mijn Raleigh weer gaan afstoffen…

Paul van Beukering

5 gedachten over “Column: “Mijn eigen Fiat 128”

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.