Fiat 126 al 50 jaar een ongekroonde icoon

Ogenschijnlijk onmogelijke opgave.

De Fiat 500 leek een onevenaarbaar succes. Na de oorlog werd de kleine ronde Fiat van Dante Giacosa hét symbool van een gemotoriseerd Italië en had het internationaal al evenveel tot de verbeelding sprekende zeggingskracht. Maar het verstedelijkte en steeds mobielere Italië had bijna 3 decennia na de oorlog nog evenveel honger naar kleine economische kleine auto’s en zelfs de legendarische 500 was na talloze updates inmiddels een gedateerd product geworden. Het voordeel was dus dat de vraag naar een vergelijkbaar soort product even groot bleef. Het nadeel was het feit dat Fiat op designgebied een gewaagde revolutie moest aangaan. Gelukkig had Fiat op dit vlak enorm veel expertise in huis, maar zou het aanslaan? De overgang zou zelfs naadloos verlopen. De 500 kon dus collectief niet bepaald worden vergeten. Terwijl in 1972 op de autosalon van Turijn de nieuwe 126 aan het publiek werd gepresenteerd, introduceerde Fiat tegelijkertijd de 500R die nog 3 jaar in productie zou blijven. Fiat koos dus voor een geleidelijke overgang.

Hoekig maar al even aimabel.

Voor het ontwerp keek men op Lingotto naar de innoverende conceptuele lijnvoering van Pio Manzù. Over deze te vroeg gestorven talentvolle Italiaanse designer, schreven we op AutoEdizione in 2013 al een special in onze La Grande Storia reeks. Manzù’s creatieve idee voor een stadstaxi met de internationaal klinkende titel Fiat (850) City Taxi (foto boven) muit 1968 vormde de basis voor de nieuwe 126. De ontwerper uit Bergamo zocht in zijn design van dit concept de aansluiting met de modern ogende nieuwe Fiat 127. Eveneens een door Manzù bedachte stijlicoon, die Fiat’s successen uit de voorgaande decennia een mooi vervolg bezorgde. Onderhuids vond er echter geen revolutie plaats. De kleine tweecilinder werd weliswaar wat krachtiger en was voortaan gekoppeld aan een modernere gesynchroniseerde transmissie met 4 versnellingen (3 plus achteruit). De 126 was veiliger dankzij de verplaatsing van de benzinetank naar een centralere positie onder de achterbank. Intussen werd de bagageruimte voorin de auto ruimer. De meer hoekige vorm van de 126 maakt de auto wat ruimer ondanks dat de wielbasis hetzelfde is. De stuurkolom is ook niet langer uit één rigide stuk, waardoor de veiligheid ook toenam.

Ook in vele varianten.

Fiat vergat intussen niet wat de 500 zo succesvol maakte, namelijk voor elk wat wils, en voerde de 126 in vele varianten en tinten uit. In 1973 debuteerde de open variant met linnen dakje, waardoor een oude traditie die reeds bij de vooroorlogse Topolino was ingezet, werd voortgezet. In 1967 moderniseerde Fiat de 126 opnieuw met de introductie van de ‘Personal’ en de ‘Personal 4’ (foto onder) op de autosalon van Turijn. Deze was te herkennen aan kunststof bumpers in plaats van chroom. Bovendien had zijkant van de auto voortaan kunststof strips, ter bescherming van de carrosserie. Deze waren het resultaat van de uitvoerige experimentele E.S.V. modellen ter bevordering van de veiligheid dankzij nieuwe innoverende bumpertechniek. Deze markante E.S.V. modellen zijn nog altijd te zien in de Heritage Hub in Turijn. Het interieur van deze misschien wel bekendste serie van de 126 is volledig opnieuw en moderner uitgevoerd, evenals de vering en de remmen.

Climax dankzij internationale productie.

Zoals gezegd neemt de 126 enorm in populariteit toe in de loop der jaren en dus ook de productie. Na een start in speciaal gebouwde nieuwe fabriek van Cassino (foto 1), wordt een deel van de productie overgeheveld en uitgebreid in Termini Imerese op Sicilië en start men ook in de recent door Fiat overgenomen Autobianchi-fabriek in het noordelijke Desio. Maar de climax werd pas echt bereikt toen in Polen de 126 een tweede leven begon in de FSM fabrieken van Bielsko Biala (vanaf 1973) en uiteindelijk ook Tychy. De Poolse 126 bleef tot in het begin van het nieuwe millennium een vaste waarde in Fiat’s gamma.

Icoonstatus in Polen.

Vanaf 1985 kwam ook elke in Italië verkochte 126 uit Polen en kregen de kleine stadsautootjes de aanduiding ‘Fiat 126 – made by FSM’. In het toenmalige Joegoslavië werd eveneens de Zastava 126 geassembleerd dankzij de aanvoer van componenten vanuit Polen. Vanaf 1977 had de 126 een 650 cc motor. Het interieur werd luxer en veelzijdiger. Dankzij een plattere en gedraaide plaatsing van de motor (zoals reeds was toegepast op de 500 Giardiniera en de Bianchina) kreeg de 126 een heuse achterklep met bagageruimte en kreeg de bijnaam Bis. Deze uitvoering van de 126 heeft zelfs een waterkoeling radiator. Gedurende de laatste jaren werd de 126 enkel nog geproduceerd een aangepast voor de Poolse markt, waar de kleine Fiat wellicht de meeste erkenning krijgt als historisch model. Het is niet voor niets dat een groep liefhebbers uit dit land deze maand naar de Heritage Hub is gereden (foto onder) met een kolonne 126’s ter ere van het jubileum van een halve eeuw Fiat 126. De Poolse liefhebbers werden hartelijk ontvangen door Roberto Giolito. Dat is geen toeval want uiteindelijk werden er 1,3 miljoen 126’s in Italië gebouwd en maar liefst 3,3 miljoen in Polen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.