De Panda is een onsterfelijk ras

Onze eerste Fiat in de La Grande Storia reeks van AutoEdizione is niet zomaar een Fiat.

De Panda is namelijk een oersterk concept, waardoor je als eigenaar inderdaad iedereen uit kan lachen die er niet een bezit. Evenals de onvergetelijke Nederlandse reclamespot is de Panda een auto die om vele redenen in je geheugen blijft hangen. Omdat het je eerste auto was, omdat je er nu nog altijd een bezit, of omdat je inmiddels een nieuwe hebt gekocht. Door de eenvoud, de charme, het zomerse Italiaanse karakter en de onverwoestbare compacte krachtbron die eronder schuilgaat. Dat Fiat sinds de 500 Topolino in de jaren voor de oorlog, al kampioen is in het bouwen van compacte stadsauto’s komt in de Panda ijzersterk naar voren. Het concept dat Giugiaro eind jaren ’70 reeds uittekende, toonde aan dat een kwetsbaar dier als de Pandabeer, een onverwoestbare mascotte in naamgeving vormde voor een winnend idee. Sterk en tegelijkertijd een hoog knuffelgehalte. De Panda zou op menig automobilist een onuitwisbare indruk achter laten dankzij een zorgvuldige productontwikkeling. Fiat werd dankzij de komst van de Panda een zeer modern merk. Even later deed de eveneens succesvolle Uno daar nog een schepje bovenop.

Het is je vast niet ontgaan dat het inmiddels 30 jaar is geleden dat deze compacte hatchback van Fiat het levenslicht zag. Maar liefst 6 miljoen geproduceerde exemplaren met deze naam, zorgen ervoor dat Fiat met recht kan zeggen dat het de meest succesvolle stadsauto ter wereld heeft bedacht. In Geneve, waar men vorige maand de verjaardag van de Panda vierde, debuteerde de Panda in 1980 op de autosalon. Zoals we hierboven al schreven was de Panda een nieuw hoofdstuk in een lange reeks van succesvolle compacte en economische Fiat’s. De lat lag dus hoog, want de 127 (1971) was een uiterst charmante en geliefde voorganger waar Fiat veel succes mee boekte in de jaren ’70. Bovendien was er ook nog de goedkope kleine 126 (1972), die het succes van een icoon als de 500 inmiddels aardig begon te evenaren. Kortom de Panda moest van A-Z kloppen. Maar Giugiaro kende in die tijd zeer vruchtbare jaren en dus was de Panda een nieuw kunststukje in een lange rij met onder andere Uno, Delta en Thema. De naam maakte direct een positieve indruk en deed mensen denken aan het logo van het wereldnatuurfonds (WNF).

Het resultaat was een praktische moderne auto, een echte allemansvriend. Een hoekig ontwerp met hoge taillelijn maakten van de Panda een ruimtewondertje die zeer herkenbaar was bovendien. Hoekig en basaal was de buitenzijde maar ook het interieur met het typerende dashboard en stoelen en achterbank. In combinatie met een gunstige prijs werd de Panda direct een hit bij het jongere publiek. In de loop der jaren bleef de Panda dankzij dit sterke tijdloze DNA op wat details na praktisch ongewijzigd. Ondanks dat de Panda slechts 3,4m lang was en 1,5m hoog, konden 4 volwassenen prima plaatsnemen in de compacte Fiat. Deze volwassenen konden ook nog hun bagage gemakkelijk kwijt, want de kofferbak was ondanks de bescheiden 270 dm³, een plek waarin je veel kwijt kon dankzij de hoekigheid. Bovendien kon van deze handige Fiat de achterbank ook nog plat. Het interieur blonk zoals gezegd uit in Spartaanse eenvoud. Zo waren delen van de carrosserie onbedekt gebleven en waren alle dashboard knoppen in een enkel kunststof instrumentarium terug te vinden. De eerste serie had afneembare sterke bekleding op dashboard en zittingen. De stoelen en achterbank veerden dankzij een originele opzet lekker door alsof je plaats nam in je luie stoel in de woonkamer. Giugiaro zei bij het ontwerpen van de Panda dan ook dat de auto het ultieme huishoudelijke gevoel op vier wielen moest weergeven. Praktisch van begin tot eind en zuinig bovendien. Met de Panda kon je op één liter benzine 15 kilometer lang door de stad rijden.

Wie het eerste model (‘Panda 30’) nog kent weet dat deze in de basis een zeer herkenbaar luid geluid maakte dankzij een 652 cc tweecilinder motor met 33 pk. Hetzelfde geluid als uit een 126. Vanaf 1986 veranderde de Panda. Het veersysteem van de Panda werd vervangen door die van de Y10. Het interieur werd luxer vanaf midden jaren ’80. In Italië kwam de Panda in 5 versies op de markt waarvan drie 750 (L,CL,S) een 1000 Super en de 4×4. In het buitenland werden ook de 1000 L en de 1000 L i.e. verkocht. Het complete gamma van de Panda in binnen en buitenland vanaf dat moment waren de; 750 L, 750 CL, 750 S, 1000 L, 1000 L i.e., 1000 CL, 1000 CL i.e., 1000 S, 1000 S i.e., 4×4, 4×4 i.e. en de 1300 Diesel.

In 1987 werd de tweecilinder vervangen door een 750 cc 4 cilinder motor met 34 pk bij 5000 toeren/min. Een afgeleide van de bekende ‘Fire’ motor die we kennen uit de Uno. Deze had anders dan de Uno Fire een cilinderboring en slag van 65x58mm en bovenliggende nokkenas die door een tandriem werd aangedreven plus een enkele Weber 32 TLF carburateur. Hierdoor was een koude start soms spannend. Maar de Panda Fire werd alom geprezen vanwege het vlotte karakter van de motor. In datzelfde jaar kwam er ook een 1000 cc met 45 pk als vervanger van de voorgaande  903cc en werd er ook een luidruchtige 1300 cc diesel aan het gamma toegevoegd. Als ultieme instapper voor de jeugd kwam er de Panda ‘Young’. Een reïncarnatie van de oude 903 cc motor uit de eerste serie in de vorm van een 769cc. Een goedkoop alternatief voor het jongste publiek met de interne luxe die bijna gelijk was aan die van de CL met Fire motor. Deze Young was net zo duur als de 750 L met basis Fire motor die nog wél het spartaanse interieur had van de oer-Panda. De 750 L werd dan ook meestal niet door jonge kopers gekocht. In 1987 kwam ook de speciale gelimiteerde ‘Sisley’ editie uit van de 4×4. In 1988 waren er inmiddels 2 miljoen Panda’s van de band gerold.

In 1990 kwam er ter gelegenheid van het WK in Italië een ‘Mondiali Italia ’90’ op de Italiaanse markt in vrijwel alle uitvoeringen. De ‘open dak’ versie van deze WK editie verscheen alleen in S uitvoering. De Panda Fire motoren kregen een elektronisch injectiesysteem waardoor de koude start minder moeizaam verliep. In dat jaar kwam er ook een heel bijzondere groene versie bij, de Panda Elettra. Een elektrisch model met zware batterijen waardoor de Panda plots 1150 kilo woog. Van 1991 tot 1998 was de 1100 ‘Selecta’ in productie met automaat. Vanaf 1995 had deze 54 pk i.p.v. 50. In 1995 werd de 4 cilinder motor ook vernieuwd met de recentere versie uit de Cinquecento. In 1997 toen de Panda 17 jaar bestond waren er inmiddels meer dan drie miljoen Panda’s gebouwd.

Vanaf 2001 was de oer-Panda nog in productie in de versie 1000 M.P.i.e. Deze voldeed aan de Euro 3 normering en was te herkennen aan de klep voor de benzinetank. Dit model bleef tot de opvolging in 2003 in productie en stond zelfs tot in de nadagen aan kop in het Italiaans klassement van meest verkochte stadsauto’s.

Uniek en zeer geliefd was ook de komst van de opmerkelijke 4×4 versie in 1983. Hiermee bleek de spartaanse stadsauto ook ineens geschikt als ware ‘offroader’. Echte offroad liefhebbers lachten de vierwielaangedreven Panda uit vanwege het formaat, maar de 4×4 Panda liefhebbers lachen al jaren de logge offroader uit terwijl zij in enkele seconden het weiland doorkruisen of de ruige helling bedwingen. In de jaren ’80 deed de Panda 4×4 dan ook meerdere malen mee aan lange barre tochten door verschillende werelddelen. Een daarvan was een nieuwe editie van de legendarische Peking-Parijs dwars door 20 landen. Klein maar krachtig dus. Tot 1992 had de Panda 4×4 een 1000 cc Fire motor met 46 pk en daarna een 1100 met 54 pk. De 4×4 verscheen in de versies ‘Sisley’, ‘Trekking’ en ‘CountryClub’. Ook deze klimmer was prijstechnisch een aantrekkelijke optie voor de klant, evenals de standaard Panda. De 4×4 werd in het Siciliaanse Termini Imerese samengesteld.

Al in 1980 werden er 129.246 Panda’s verkocht. Vanaf dat punt is men nooit onder de 40.000 eenheden per jaar gekomen. Al met al is de Panda in 60 verschillende varianten op de wereld gekomen in 31 verschillende landen. Van het ‘Giugiaro model’ zijn 4 miljoen exemplaren gebouwd. In de slotfase van dat model werden er nog 120.000 verkocht in 1998 en 118.000 in 1999. Over het commerciële succes van de Panda is dus geen twijfel mogelijk. Dankzij een totale mix van prijs-kwaliteit verhouding en een uniek uiterlijk dat alleen chinezen durven te kopiëren, was de Panda onverslaanbaar. Hierdoor is de Panda een model geworden dat gelijk staat aan andere talloze beroemde Italiaanse stijliconen.

De laatste generatie Panda, die in september 2003 debuteerde, doet niet onder voor het eerste idee met dezelfde naam en is inmiddels tot een groot succes verworden, waardoor de Panda-traditie springlevend is gebleven. Ook dit model is in vele variaties verschenen en behaalde in 2004 zelfs de award voor ‘auto van het jaar’. Na 6 jaar zijn er al 1,5 miljoen exemplaren van de nieuwe Panda gebouwd. Het laatste jaar vormde zelfs een hoogtepunt met 300.000 verkochte modellen waardoor in Italië bijvoorbeeld ook de huidige Panda de onbetwiste nummer 1 blijft. De Panda behoort tot de schoonste auto’s in het totale segment.



4 gedachten over “De Panda is een onsterfelijk ras

  • 6 april 2010 om 19:14
    Permalink

    Hoewel de Panda niet moeders mooiste is zou het me niet verwonderen als hij ooit in één of ander museum voor moderne kunst gaat terechtkomen.
    De opzet van de oer-Panda is gewoon briljant. Zo is er behalve het reeds genoemde dashbord en de stoelen ook bijvoorbeeld het feit dat alle ruiten kaarsrecht zijn (wat de productieprijs lekker laag hield)

    Het moet één van de weinige autos zijn die in zijn laatste levensjaren haast evenveel werd verkocht als in zijn beginjaren.

    En laten we in deze La grande Storia zijn halfbroer de Seat Marbella ook niet helemaal vergeten.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.