Italiaanse auto-industrie heeft meer nodig dan alleen EV’s

Op zoek naar technologische neutraliteit.

Er wordt in Italië momenteel koortsachtig nagedacht over hoe de auto-industrie op het schiereiland zich zal moeten ontwikkelen, wil men de werkgelegenheid enigszins op peil houden de komende jaren. Er zijn verschillende ondermijnende factoren, waar overigens de gehele Europese auto-industrie mee te kampen heeft. De Italiaanse heeft daarbij nog meer tegenwind, omdat de concurrentiepositie al veel langer onder druk staat dan in andere EU-lidstaten. Het antwoord op deze complexe vraag blijkt niet alleen een kwestie van het realiseren van een Gigafactory voor batterijen en het ombouwen van assemblagelijnen voor de productie van EV’s. Nee, in Italië wordt nu gesproken over zogenaamde ‘technologische neutraliteit’, oftewel nieuwe alternatieven op het gebied van mobiliteit (zoals waterstof, synthetische brandstof/E-Fuels, biogas) om minder afhankelijk te hoeven zijn van onder andere olie en bovenal om de gehele sector een toekomst te bieden en niet alleen een enkel bedrijf. De oorlog in Oekraïne en de daarbij behorende geopolitieke aardverschuiving versnelt momenteel dit proces, want in Italië vreest men evengoed de Chinese invloed.

Met een achterstand een onzekere toekomst tegemoet.

Het lijkt de enige uitweg voor de toch al kwakkelende Italiaanse Automotive sector. Er dreigen volgens de laatste schattingen rond de 73.000 banen verloren te gaan als de zaken zo blijven als ze nu zijn. En om de ernst nog eens meer te verduidelijken, zegt men dat de productie van batterijen slechts rond de 6000 banen zal opleveren. Oftewel, evenveel mensen als in 1enkele forse autofabriek. Dinsdag werd er daarom in Florence door het ANFIA (Associazione Nazionale Filiera Industria Automobilistica: Nationale Italiaanse organisatie voor de Automotive sector) onder leiding van voorzitter en Adler Group topman Paolo Scudieri (foto boven), een denktank georganiseerd onder de veelzeggende titel: “De 21ste eeuw door, whatever it takes.” Kortom, het uur U is voor de sector nu volledig aangebroken. De aandacht tijdens deze meeting ging tevens uit naar de datum van 7 en 8 juni, waarop Brussel een stemming zal houden omtrent de nieuwe emissie-eisen voor auto’s en commerciële voertuigen. Iets wat men met argusogen tegemoet ziet, aangezien de maatregelen de sector eerder zullen schaden dan stimuleren. Dat terwijl men na diverse tegenslagen in Italië meer dan ooit naar een nieuwe opgaande lijn snakt. De laatste positieve piek voor de Italiaanse automarkt dateert uit 2017, toen er rond de 2,2 miljoen auto’s werden verkocht. De pandemie zorgde in 2020 voor een dramatische afname van ruim een kwart. De productie in 2021 bedroeg een schamele 442.432 eenheden tegenover de iets meer dan 3 miljoen geproduceerde auto’s in Duitsland en 1,6 miljoen in Spanje. Maar ook in landen als het VK, Frankrijk en kleinere industrielanden als Tsjechië en Slowakije, werden vorig jaar meer auto’s geproduceerd dan beneden de Alpen. Begin deze eeuw was Italië nog steevast vijfde producent, maar inmiddels neemt men al jaren een zevende plek in op de Europese ranglijst.

Nieuwe ‘roadmap’ tot 2035.

Minimaal 1 miljoen geproduceerde auto’s op jaarbasis vormt volgens het ANFIA een goed primair doel. Niet alleen een transitie naar een extreem lagere CO² is nu dus het uitgangspunt, maar ook de afhankelijkheid op de mondiale markt speelt een sleutelrol. Daarom moet er nu ook vooral over een volledig elektrische horizon heen worden gekeken. Alternatieve brandstoffen zullen dus eveneens prioriteit worden, vindt ook de minister van economische ontwikkeling Giancarlo Giorgetti. Binnen 3 decennia moeten hier drastische stappen in worden genomen, met de gehele Italiaanse sector als basis. De minister geeft ook aan dat deze beoogde technologische onafhankelijkheid, een reden is waarom Italië niet de ‘Cop26’ ondertekende afgelopen najaar in Glasgow. De oplossing kan namelijk nooit alleen elektrisch zijn, wil je een sociaalmaatschappelijk drama voorkomen. Mede ook omdat de afhankelijkheid van China dan in stand zal blijven. De kaarten zijn dus opnieuw geschud met het nationale belang in het achterhoofd en de duurzame oplossing komt dus niet uit Brussel. De vraag vanuit de industrie in deze overgang naar technologische onafhankelijk, moet volledig hand in hand gaan met het beleid en dus facilitering vanuit de overheid, aldus de minister. Het is een Italiaanse reactie op een sterk geglobaliseerde sector in een tijd van ‘deglobalisering’. Scudieri pleit voor een meer realistische benadering vanuit Brussel en Rome, als het gaat om duurzame ambitie die tegelijkertijd sociaaleconomisch en industrieel competitief is. Het antwoord is dus de ontwikkeling van een specialistische Italiaanse sector rond de reeds geplande Gigafactory.

2 gedachten over “Italiaanse auto-industrie heeft meer nodig dan alleen EV’s

  • 6 juni 2022 om 01:58
    Permalink

    Dat er nog heel veel auto’s op fossiele brandstof verkocht worden, oké. Dat waterstof wellicht ook nog wat wordt, oké. Dat de luchtvaart voorlopig op kerosine zal blijven vliegen, ook oké.

    Maar… de Italiaanse auto-industrie heeft meer nodig dan een elektrische 500. Elektrisch is de groeimarkt, het zal doorgroeien en men heeft gewoon zo snel mogelijk een volledig modellengamma nodig.

    Ik hoop dat dit geen smoesje gaat zijn om de afwezigheid van nieuwe investeringen goed te praten… zoals we vaak gezien hebben.

    BeantwoordenReport user

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.